Belastingschuld van €18.124 kwijtgescholden
Een belastingschuld van ruim €18.000, een afgewezen betalingsregeling en geen reële mogelijkheid om het volledige bedrag binnen twaalf maanden te betalen. Addico ging namens cliënt in beroep en verzocht de Belastingdienst om kwijtschelding. Met resultaat.
- Openstaande belastingschuld bedroeg €18.124
- Eerdere betalingsregeling was afgewezen
- Addico diende een gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding in
- Geen reguliere maandelijkse aflossingen meer
Een belastingschuld van €18.124
Cliënt kwam bij Addico terecht nadat hij was vastgelopen met een aanzienlijke belastingschuld. Het ging om meerdere openstaande aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en bijdragen Zorgverzekeringswet.
Op het moment van de beslissing van de Belastingdienst bedroeg de totale openstaande schuld €18.124. Cliënt had geprobeerd om voor deze schuld tot een betalingsoplossing te komen, maar zijn verzoek om uitstel van betaling dan wel een betalingsregeling werd afgewezen.
De reden daarvoor was dat de volledige belastingschuld niet binnen de maximale termijn van twaalf maanden kon worden betaald.
Om €18.124 binnen twaalf maanden af te lossen, zou cliënt gemiddeld minimaal €1.510,33 per maand moeten betalen. Daarbij was de verschuldigde invorderingsrente nog niet eens meegerekend. Voor cliënt en zijn gezin was een dergelijke maandelijkse betalingsverplichting feitelijk niet uitvoerbaar.
Hoe de belastingschuld was ontstaan
De belastingschuld was ontstaan in een periode waarin cliënt als zelfstandig ondernemer werkzaam was in het vervoer van medicatie en pakketten.
Cliënt had vanwege zijn persoonlijke beperkingen grote moeite met lezen, schrijven en het zelfstandig voeren van een financiële administratie. Voor de fiscale kant van zijn onderneming was hij daarom in belangrijke mate afhankelijk van ondersteuning en van zijn toenmalige boekhouder.
Cliënt vertrouwde erop dat hij voldoende zou worden geïnformeerd en begeleid bij de fiscale verplichtingen die uit zijn onderneming voortkwamen. Dat gebeurde onvoldoende. Hierdoor was hij zich niet voldoende bewust van de bedragen die voor inkomstenbelasting en de bijdrage Zorgverzekeringswet moesten worden gereserveerd.
Pas nadat de eerste aanslag werd opgelegd, werd duidelijk dat aanzienlijke fiscale verplichtingen waren ontstaan.
Cliënt probeerde vervolgens verantwoordelijkheid te nemen. Hij stapte over naar een andere boekhouder en trof voor de ontstane belastingschuld een betalingsregeling. Tegelijkertijd probeerde hij zijn onderneming voort te zetten om inkomsten te genereren waarmee hij de reeds ontstane belastingschuld kon aflossen.
Het voortzetten van de onderneming bracht echter tegelijkertijd nieuwe fiscale verplichtingen met zich mee. Hierdoor bleek het steeds moeilijker om uit de ontstane situatie te komen.
Ernstige omstandigheden binnen het gezin
Naast de financiële problemen kreeg het gezin te maken met zeer ingrijpende persoonlijke omstandigheden. De echtgenote van cliënt werd ernstig ziek. Zij kreeg te maken met tuberculose, ernstige longontstekingen en meerdere ziekenhuisopnames.
Uiteindelijk moest zij een zware operatie ondergaan waarbij een deel van een long werd verwijderd. Hierdoor moest cliënt naast zijn werkzaamheden in toenemende mate de zorg voor zijn echtgenote en zijn kinderen op zich nemen.
Daar kwam de coronaperiode bij. Werkzaamheden en klanten vielen weg en de bedrijfsvoering kwam verder onder druk te staan.
De combinatie van de gezondheidssituatie binnen het gezin, de zorgverantwoordelijkheden, het teruglopen van werkzaamheden en de administratieve en financiële problemen maakte het uiteindelijk onmogelijk om de onderneming voort te zetten.
De eenmanszaak werd definitief beëindigd en per 30-06-2025 uitgeschreven uit het Handelsregister. Vanuit de onderneming werd daarna geen omzet of ondernemersinkomen meer gegenereerd waarmee de openstaande belastingschuld kon worden afgelost.
Na de onderneming opnieuw in loondienst
Na het beëindigen van zijn onderneming probeerde cliënt opnieuw zijn verantwoordelijkheid te nemen door in loondienst te gaan werken. Hij ging aan het werk als crossdockmedewerker en probeerde op deze manier in het levensonderhoud van zijn gezin te blijven voorzien.
De financiële situatie binnen het gezin bleef echter kwetsbaar. De echtgenote van cliënt kon vanwege haar gezondheid niet regulier deelnemen aan het arbeidsproces en was aangewezen op een WIA-uitkering. Binnen het huishouden was daardoor geen tweede regulier arbeidsinkomen waarop kon worden teruggevallen.
Vervolgens kreeg cliënt zelf te maken met een arbeidsongeval en viel hij uit voor zijn werkzaamheden. Hierdoor werd ook zijn toekomstige arbeidssituatie onzeker.
De bestaande vaste lasten en financiële verplichtingen van het gezin liepen ondertussen volledig door. De ziekte- en herstelsituatie zorgde bovendien voor aanvullende druk op de beschikbare financiële ruimte.
Geen betalingsonwil, maar onvoldoende betalingscapaciteit
Een belangrijk onderdeel van het dossier was dat cliënt zich niet aan zijn financiële verantwoordelijkheden probeerde te onttrekken.
Ondanks zijn beperkingen had hij geprobeerd als zelfstandig ondernemer inkomen te verwerven. Na het ontstaan van de belastingschuld had hij een betalingsregeling getroffen. Na het beëindigen van zijn onderneming was hij opnieuw in loondienst gegaan en daarnaast had hij meerdere keren zelf contact gezocht met de Belastingdienst om tot een oplossing te komen.
De situatie was daarom niet ontstaan uit betalingsonwil. Er was sprake van een langdurige samenloop van persoonlijke, financiële en medische omstandigheden, terwijl cliënt gedurende deze periode juist had geprobeerd binnen zijn mogelijkheden inkomen te blijven verwerven en zijn verplichtingen na te komen.
Het probleem was uiteindelijk dat de daadwerkelijke betalingscapaciteit simpelweg onvoldoende was om een schuld van €18.124 binnen twaalf maanden volledig af te lossen.
Betalingsregeling afgewezen: Addico ging in beroep
Het eerdere verzoek van cliënt om uitstel van betaling dan wel een betalingsregeling werd door de Belastingdienst afgewezen. De reden daarvoor was dat de volledige schuld niet binnen de daarvoor gestelde termijn van twaalf maanden kon worden voldaan.
Juist die constatering was voor Addico aanleiding om de daadwerkelijke betalingscapaciteit van cliënt en zijn gezin opnieuw centraal te stellen.
Addico heeft namens cliënt een uitgebreid beroepschrift ingediend tegen de eerdere beslissing. Daarbij is niet alleen verzocht om de afwijzing opnieuw te beoordelen, maar tevens nadrukkelijk gevraagd om de openstaande belastingschuld in het kader van kwijtschelding te beoordelen.
- Totale openstaande belastingschuld van €18.124
- Minimaal €1.510,33 per maand nodig voor aflossing binnen twaalf maanden
- Voormalige onderneming definitief beëindigd
- Geen ondernemersinkomen meer beschikbaar
- Kwetsbare financiële situatie binnen het gezin
- Ernstige gezondheidsproblemen binnen het huishouden
- Cliënt zelf uitgevallen na een arbeidsongeval
- Eerdere pogingen gedaan om de schuld wel af te lossen
Addico verzocht de Belastingdienst om niet uitsluitend naar één inkomensmoment te kijken, maar de daadwerkelijke en te verwachten betalingscapaciteit van het gehele huishouden mee te wegen.
Ook de noodzakelijke kosten van levensonderhoud, de gezondheidssituatie binnen het gezin en de onzekerheid over de toekomstige arbeidssituatie zijn uitgebreid in het verzoek meegenomen.
Het resultaat: €18.124 belastingschuld kwijtgescholden
De procedure heeft voor cliënt tot een zeer belangrijk resultaat geleid. De openstaande belastingschuld van €18.124 hoeft niet meer via reguliere maandelijkse aflossingen te worden terugbetaald.
Cliënt hoeft geen reguliere maandelijkse aflossingen meer te doen. Gedurende de komende drie jaar kunnen eventuele belastingteruggaven nog wel worden verrekend.
Concreet betekent dit dat cliënt de komende drie jaar niet iedere maand een bedrag op de belastingschuld hoeft af te lossen. Alleen wanneer cliënt gedurende deze periode recht heeft op een belastingteruggave, kan deze teruggave door de Belastingdienst worden ingehouden en verrekend.
Wanneer er geen belastingteruggave ontstaat, wordt er op die manier ook niets betaald. Er bestaat dus geen vaste maandelijkse aflossingsverplichting meer voor deze schuld.
Voor cliënt en zijn gezin is dat verschil aanzienlijk. Om de oorspronkelijke schuld binnen twaalf maanden volledig te betalen, zou minimaal €1.510,33 per maand nodig zijn geweest. Die maandelijkse financiële druk is nu weggevallen.
Daarmee heeft cliënt na jaren van financiële onzekerheid veel meer ruimte om zich te richten op de stabiliteit van zijn gezin en zijn huidige situatie.
Kan een belastingschuld worden kwijtgescholden?
Dit resultaat betekent niet dat iedere belastingschuld kan worden kwijtgescholden. Iedere situatie is anders en moet afzonderlijk worden beoordeeld.
Bij een verzoek kan onder andere van belang zijn hoe de schuld is ontstaan, wat iemand inmiddels heeft gedaan om de situatie op te lossen, welke betalingsmogelijkheden daadwerkelijk bestaan en welke persoonlijke en financiële omstandigheden een rol spelen.
In dit dossier was juist de combinatie van omstandigheden belangrijk. Cliënt had meerdere keren geprobeerd zijn verantwoordelijkheid te nemen, maar volledige betaling binnen de gestelde termijn was ondanks die inspanningen niet realistisch.
Een zorgvuldig opgebouwd dossier kan daarom belangrijk zijn. Er is een verschil tussen uitsluitend aangeven dat een belastingschuld niet kan worden betaald en uitgebreid onderbouwen waarom de beschikbare betalingscapaciteit onvoldoende is en welke omstandigheden daaraan ten grondslag liggen.
Ook problemen met een belastingschuld?
Heeft u een belastingschuld die u niet binnen de gestelde termijn kunt betalen of is een betalingsregeling afgewezen? Neem contact op met Addico. Wij bekijken uw situatie en beoordelen welke mogelijkheden er zijn om tot een passende oplossing te komen.
Neem contact op


